Jongeren in de knel: weinig gezondheidsrisco’s, wel de gevolgen

In de VTV In de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland. (In de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) rapporteert het RIVM elke vier jaar over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland.) 2018 is de toenemende mentale druk op jongeren en jongvolwassenen genoemd als een van de drie maatschappelijke opgaven. Inmiddels wordt uit diverse onderzoeken duidelijk dat de coronacrisis dit probleem nog verder heeft vergroot (1-3). Van alle jongeren hebben de mbo’ers extra last van de maatregelen, doordat vooral praktijkonderwijs en stagemogelijkheden wegvallen (4-5). Begin oktober 2020 spraken we 12 mbo-studenten in drie online focusgroepen. Terwijl de mbo’ers over het algemeen weinig risico lopen op corona, lijken de maatregelen hen extra te raken. Dit heeft een negatief effect op hun mentale welbevinden, ook vanwege zorgen over de toekomst (4-5).

Online focusgroepen met mbo'ers zorg, techniek en economie

Om een beeld te krijgen van de gevolgen van de coronacrisis voor deze vaak vergeten groep, spraken we vlak vóór de gedeeltelijke lockdown, in totaal 12 mbo-studenten in drie focusgroep-gesprekken. In elke focusgroep zaten studenten uit de studierichtingen techniek (2 studenten), zorg (6 studenten) en economie (4 studenten). De studenten waren tussen 18 en 25 jaar oud. De gesprekken vonden online plaats. De gesprekken verliepen – op wat technische problemen na – in goede sfeer. Iedereen vertelde over zijn eigen ervaringen, en er was ruimte voor ieders verhaal. Dit leverde een divers beeld op. Veel ervaringen werden breed gedeeld, maar ook de verschillen in ervaringen kwamen goed naar voren.

Vooral online les en problemen met stages

Voor sommige deelnemers van de focusgroepen vielen de gevolgen van de coronacrisis mee, voor veel anderen was de impact juist erg groot. Bij sommigen stapelen die gevolgen zich op (verwijzing naar vervolgtekst). De maatregelen leidden tot veel veranderingen in het onderwijs. De studenten volgen de lessen vooral online. De meeste mogen één of twee dagen per week naar school. Stage lopen is moeilijker geworden. Een aantal deelnemers heeft daardoor studievertraging opgelopen. Anderen zullen hun studie afronden met een ‘coronadiploma’. Dat is een aangepast diploma waaraan minder hoge eisen worden gesteld, en dat bij toekomstige sollicitaties minder waard zou kunnen zijn. Een recente rapportage van de MBO raad bevestigt dit beeld van het onderwijs (5).

Het sociale leven verschraalt

De coronapandemie en de maatregelen daartegen maken de leefwereld van de mbo-studenten letterlijk kleiner, maar ook armer (4). Familie, vrienden, klasgenoten en collega’s worden gemist als bronnen van steun, én zijn nu een potentieel gevaar (5). Bovendien worden zij zelf ook steeds meer als een potentieel gevaar gezien, door ouderen bijvoorbeeld. Veel jongeren gaan ook onderling anders met elkaar om. Zomaar ergens naar toe gaan, of met vrienden iets ondernemen, is er vaak niet meer bij (4). Uit de focusgroepen blijkt dat de vitale ouderen en de mbo-studenten op dit vlak opvallend veel gemeen te hebben (zie ook Sociale gevolgen voor jong en oud).

Gezond en niet kwetsbaar: wel piekeren

De meeste deelnemers voelen zich gezond. Ook vinden ze zichzelf niet kwetsbaar als het gaat om corona. Toch hebben de coronamaatregelen bij één deelnemer wel geleid tot ziekte. “Je zit zo’n lange tijd met zijn allen in een huis, je kan niet echt weg, alleen even naar het bos toe. Daar kan je best wel depressief van raken. Ik ben zelf ook in een zware depressie geraakt door corona. Mijn kinderen wonen daardoor ook ergens anders.” Opvallend was dat de meeste deelnemers vanuit de studierichting zorg zichzelf wel als kwetsbaar te zien. Een van hen heeft astma, een ander voelt zich kwetsbaar omdat ze een kind heeft. De maatregelen en het veel thuis zitten zorgt ervoor dat er meer tijd is om te piekeren. Zo vertelt een van de deelnemers: “Ik voel mezelf niet echt kwetsbaar. Ik zit veel thuis en alleen thuis. Mijn broertje en zusje zijn uit huis en mijn ouders werken in het onderwijs. Je hebt veel tijd om na te denken dat kan je soms slopen; dat je gaat piekeren.”

Minder fysiek contact met opa en oma

De meeste deelnemers zagen hun opa en oma nog wel, maar minder vaak. “Soms ga ik er gewoon even langs, en dan houd ik zoveel mogelijk afstand.” De meeste missen het fysieke contact met opa en oma. “Mijn andere opa en oma wonen dichtbij, die zag ik wekelijks, maar door corona niet. Mijn opa heeft een hartoperatie gehad, en we nemen geen risico. Via Facetime houden we contact. Ik zou heel graag mijn opa en oma willen knuffelen, en mijn oma zegt dat ook tegen mij, maar dat kan niet. Dat is pijnlijk.”

Negatieve beeldvorming jongeren overheerst 

Veel deelnemers vinden dat er te negatief over jongeren wordt gesproken als het om corona gaat. “Alsof wij de boosdoeners zijn. Er wordt altijd gezegd dat geen één jongere zich aan de maatregelen houdt. Maar er zijn ook genoeg anderen en ouderen die zich niet aan de maatregelen houden”. Veel deelnemers vinden het beeld eenzijdig. “Je hoort alleen maar de negativiteit, en je hoort niet wat wel goed gaat. Wanneer de jongeren zich er wel aan houden wordt dat niet benadrukt; ‘jullie zijn goed bezig’, maar de negatieve punten worden naar voren gehaald. Ik doe mijn best, maar het wordt niet gewaardeerd. Dat heeft een averechts effect. Jongeren houden zich dan minder aan de maatregelen.” Een aantal anderen vindt het wel meevallen met de negatieve beeldvorming: “Ik hoor er niet echt veel over, specifiek over jongeren.”

Verloren tijd inhalen

Een deel van de deelnemers geeft aan zich expres niet zo bezig te houden met het effect van corona op hun toekomst. Ze concentreren zich op het afmaken van hun opleiding. “Ik ben vooral gefocust op de opleiding halen, want dat is ook een drama nu.” Ze zien vooral op tegen het online les krijgen. Anderen maken zich zorgen over werk en solliciteren en thuiswerken (4-5). “Ik zit er niet op te wachten om ingewerkt te worden thuis. De hele dag thuiszitten: vreselijk!” Een ander mist het reizen: “Ik vind dat vervelend. Ik zou dit jaar gaan reizen – dat heb ik allemaal moeten cancelen. Ik weet niet hoe dat volgend jaar zal zijn.” Een aantal deelnemers hoopt dan ook dat er gauw een vaccin komt en dat de situatie weer ’normaal’ wordt. En dat de huidige situatie niet het nieuwe normaal is.

Bekijk het volledige verslag van de focusgroep (PDF)

De stapeling van gevolgen: het verhaal van Jayden

De coronapandemie en de maatregelen beïnvloeden op verschillende manieren het leven van alle mensen. Bij sommigen stapelen die gevolgen zich op. Zoals bij Jayden*, mbo-student op niveau 3. Hij was deelnemer aan een focusgroep begin oktober 2020, vlak voor de gedeeltelijke lockdown.

Eigenlijk ben ik sinds corona bijna niet meer naar school geweest, omdat de lessen zijn uitgevallen, of de school moest uitzoeken hoe we dat allemaal gingen doen. Bij ons mag maar 20% van alle leerlingen aanwezig zijn, per keer. Een hoop stof wordt niet behandeld, omdat het gewoon niet kan. Mijn docenten doen wel hun best, hoor. Ze maken een powerpoint die ze kunnen delen, en ze blijven online voor vragen.

Ik heb twee uur praktijkles op school en daar komt maar de helft van de klas opdagen, waardoor de les eigenlijk niet doorgaat. Dus ik loop nu al maanden achter met school, maar daar doen ze niet zo veel aan. ‘Want dat is corona’, zeggen ze dan.
Gelukkig zat ik vóór corona al twee jaar in deze klas, dus ik heb meegemaakt dat we wel allemaal bij elkaar mochten zitten. Maar het contact is echt wel minder geworden. Ik spreek mijn klasgenoten bijna niet meer, ik zie ze ook niet. Ik vind dat wel vervelend. Ik zou graag met mijn klasgenoten praten over wat we moeten doen, hoe het bij hen op stage gaat, of om elkaar te helpen.

Ik loop stage, twee dagen in de week. Dat is best lastig. Als ik iets wil vragen, moet mijn collega op anderhalve meter staan, met een mondkapje op, waardoor ik hem niet kan verstaan. Dan denk ik vaak: ik doe het wel zelf. Ja, de werksfeer wordt er best wel minder van. 
Ik ben ook een mantelzorger, voor mijn moeder. Haar begeleiding viel in april weg. De thuiszorg stopte compleet, door corona. Dus ik moest ineens een paar keer per dag bij haar langs. En dan 20x uitleggen dat ze afstand moest houden, want dat vergat ze steeds. Nu gaat het wel beter; de thuiszorg is terug. Maar bij een nieuwe lockdown komt het weer op mijn schouders terecht, ben ik bang. 

Mijn opa en oma zijn kwetsbaar, door hun ziektes. Ik kan niet bij hen langs gaan. Straks kom ik daar, geef mijn opa een knuffel en dan heeft hij corona. En dan is het mijn schuld. Zo ga ik ernaar kijken, dus ik houd afstand. 
Mijn plan voor de toekomst is een beetje in de soep geraakt. Ik wilde na deze opleiding door met een opleiding op niveau 4. Maar door corona hebben ze die opleiding niet meer op mijn school. Dus als ik dat alsnog wil doen, moet ik naar een andere school, en daar niveau 3 opnieuw doen. Als ik dan over drie jaar mijn diploma haal, heb ik geen praktijkervaring en amper les gehad in wat ik wel heel graag wil weten. Dus ik maak deze opleiding af, denk ik, en dan ga ik werken. Als dat kan.

Het verhaal van Jayden is één van de verhalen van mbo-studenten. Het is niet het verhaal van de gemiddelde mbo-student. We laten Jayden aan het woord om te laten zien hoe de gevolgen zich kunnen opstapelen in het leven van één persoon. Wat in het verhaal opvalt, is dat veel beslissingen buiten Jayden om worden genomen. Door de regering, de school, de stageplek en de zorginstelling van zijn moeder. Hij moet daar vervolgens zijn leven op aanpassen.

*Om de anonimiteit van deze focusgroep-deelnemer te waarborgen, zijn enkele details in het verhaal veranderd.
 

Referenties